HomeNieuwsKadernota 2020 en meerjarenraming

Kadernota 2020 en meerjarenraming

Publicatiedatum: 9 jul. 2019

 


Voorzitter! Tussen de bespreking van de Kadernota van vorig jaar en nu is er heel veel gebeurd. We kunnen eigenlijk niet eens spreken van een normaal raadsjaar. Ga maar na. We hadden nog maar net het debat over de nieuwe coalitie gehad en  wisten niet dat we stonden voor een coalitiecrisis enkele maanden later.

Een externe informateur had wéken nodig om de boel weer te lijmen. De coalitie werd uitgebreid met een partij en het college met een wethouder. Het gebiedsbod is het meest omstreden besluit dat deze raad met de meest krappe meerderheid heeft genomen. De Skaeve Huse zaten daar nog voor. Nooit meer iets over gehoord. Om over de zondagsopening maar niet te spreken. Voor de energietransitie heeft de raad zelf een commissie in het leven geroepen. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. 

Wat de SGP vooral opvalt, zijn twee dingen. De coalitie is voor een groot deel van het jaar met zichzelf bezig geweest. Het college is druk geweest met voorstellen die in de samenleving het nodige hebben losgemaakt. De communicatie met onze inwoners lijkt nog steeds niet goed van de grond te komen. 

Mijn fractie vindt het college veel te weinig zichtbaar in de gemeente. Zeker nu het college ruim in de tijd zit met een zesde wethouder, waarmee vooral de aandacht voor de kernen en de dienstverlening aan de burger een ‘boost’ moest krijgen. We zien en horen er verder weinig van. En dat is geen goede zaak. Het is juist belangrijk dat het gemeentebestuur zichtbaar en benaderbaar is voor haar inwoners. Binnen de programma’s van de Kadernota komt de extra werkkracht van het college niet tot nauwelijks tot uitdrukking. De invulling van de programma’s wijkt nauwelijks af van vorig jaar. Veel doelen zijn nog erg algemeen. De onderbouwing van de benodigde middelen ontbreekt nagenoeg. Kortom: werk aan de winkel om dit bij de begroting beter op orde te hebben. Wil het college toezeggen dat het nog een slag gaat maken in de concretisering van de programma’s, zowel als het gaat om te te bereiken doelen, de prestatie-indicatoren en de benodigde middelen?

Een voorbeeld: bij het programma dienstverlening is er structureel 120.000 opgenomen voor het verbeteren van de dienstverlening. Maar er is nog begin van een onderbouwing daarvan. We weten sinds korte tijd, dat er geen extra loketten komen. Lokaal op 1 is daar – waarschijnlijk tot verbijstering van de eigen achterban – op teruggekomen. Dat had mijn fractie al bij herhaling voorspeld. De vraag doet zich wel voor wat de precieze reden voor coalitiedeelname is, nu het belangrijkste strijdpunt van Lokaal op 1 al is ingeleverd. Terug naar de 120.000 euro. Wat mijn fractie betreft geven we die nog niet uit. Eerst plannen, dan uitwerking. We geven geen blanco cheques af. En bovendien helpt het op dit moment het structurele tekort op de begroting oplossen.

Nu we het daarover hebben. Laten we eerlijk zijn : financieel staat onze gemeente er niet slecht voor. Tegelijk moeten we vaststellen dat het ook niet overhoudt. We balanceren een beetje op de rand en het kan alle kanten opgaan. In dat verband vindt mijn fractie het belangrijk om vast te houden aan het uitgangspunt dat nieuw beleid uit de huidige begrotingskaders moet worden gefinancierd. We roepen onze gemeentelijke schatkistbewaarder op dat ook strikt te bewaken. In dat verband valt mijn fractie op dat er voor het nieuwe beleid vanuit het coalitieakkoord structureel 380.000 euro wordt uitgetrokken. Maar daar is eigenlijk geen geld voor. En het is ook niet de bedoeling dat wij onze reserves verbranden om deze middelen op te brengen. Hoe verhoudt zich het uittrekken van deze middelen ten opzichte van het uitgangspunt dat nieuw beleid binnen de begroting moet worden gefinancierd? En welke concrete plannen worden hier eigenlijk van betaald? Misschien moeten we terwille van het op orde houden van de gemeentelijke financiën het hier ook nog maar over hebben. Of laten we tenminste afspreken dat in de begroting 2020 ook hier meer duidelijkheid over is. Reservering van deze middelen voor niets, zet de ontwikkeling van mogelijke ander plannen ook vast.

De SGP heeft het afgelopen half jaar stevig ingezet op de Havengelden en de walstroom. We moeten ervoor zorgen dat onze schippers niet tussen wal en schip terecht komen. Als schippersgemeente moeten we onze voorziening tegen zo laag mogelijke tarieven op orde hebben. En wat de voorzieningen betreft hebben we niet te klagen. Wel over de tarieven. Die zijn gewoon te hoog. En daar zijn onze schippers te laat over geïnformeerd. Daar gaan we iets aan doen. Om die reden heeft mijn fractie een motie ingediend om de verhoging ongedaan te maken van zowel de havengelden als de walstroom. Dat zien we graag ordelijk in de begroting verwerkt worden. 

Voorzitter, we hebben nog steeds een berg geld uit de precariorechten over. Vijf ton is een heel bedrag. Daar moeten we een goed bestemming voor vinden. Samen met D66, VGBK en CU hebben we een motie ingediend om met deze incidentele gelden duurzame investeringen te doen. De reservering hiervoor wordt met deze motie gemaakt (wij zijn blij met de brede steun). Wij vragen het college binnen de duurzaamheidsportefeuille hiervoor in het begrotingsjaar met voorstellen te komen. En ervoor te zorgen dat in de begroting deze middelen hiervoor geoormerkt worden. Overigens brengt duurzaamheid als vanzelf bij de energietransitie. Mijn fractie heeft het eerder gezegd en zeg het nu nog maar een keer: onze gemeente doet hier te weinig zichtbare dingen. Het feit dat onze gemeentenaam in het nationale klimaatakkoord een keer genoemd wordt, is natuurlijk niet het ultieme bewijs dat wij op de goede weg zijn. Er is voor onze regionale bijdrage meer nodig dan een proeftuin voor adaptieve landbouw. Daar horen we te weinig over.

Wat betreft de aandelen Eneco. Verkoop levert een verlies op aan dividendinkomsten. Bij de begroting verwachten we hiervoor voorstellen om dit op te vangen. In elk geval willen we twee mogelijkheden meegeven: investeren in duurzame OVL-armaturen om op uitgaven voor energieverbruik te besparen of het uit de pot voor het kernenbeleid halen. Daar zit voldoende onbenut financieel potentieel in. 

Wat de begrafenisrechten betreft blijft mijn fractie tegenstander van het uitgangspunt van kostendekkendheid. Laat ik het anders zeggen: de kosten moeten wel gedekt worden, maar het maakt nogal verschil welke kosten aan de tarieven worden toegerekend. Een zeker percentage zal naar onze mening te allen tijde ten laste van de algemene voorzieningen komen, omdat er ook onderhoud van de openbare ruimte in zit. Wij vragen het college om hiermee rekening te houden. Om begraven betaalbaar te houden, kunnen we de kosten niet nog verder laten stijgen.

In het algemeen is de SGP van mening dat de laten voor onze inwoners niet mogen stijgen. In dat verband vraagt ook de afvalstoffenheffing onze bijzondere aandacht. Wij maken ons zorgen om de stijging van de kosten van het restafval. Afval scheiden moet lonen. Je merkt dat het bijna een sport is geworden om met zo weinig mogelijk aanbiedingen van restafval per jaar te komen. Die energie moeten we erin houden.

Over blik bij glas willen wij een heldere toezegging van de wethouder om hier geen verandering in te brengen. We kennen de kritiek van het blik bij plastic. De huidige methode heeft zijn nut wel bewezen. 

Voorzitter, ik ging in op enkele zaken die de SGP verduidelijkt wil zien en die wat ons betreft onderdeel moeten uitmaken van de voorbereiding van de begroting voor 2020 en verder. Ons staat een meerjarig financieel sluitende begroting voor ogen. Die biedt vooralsnog weinig ruimte voor nieuw beleid. Tenzij er duidelijke keuzes gemaakt worden. Wij hebben het college met onze inbreng hiermee een handje willen helpen. We gaan ervan uit dat een en ander terug komt in de begroting voor de volgende jaren.